Willoosheid, machteloosheid en overgave.
Willoosheid is de negatieve vervorming van overgave. Het is gebaseerd op angst en onveiligheid en het gebeurt onbewust. Overgave doe je uit jezelf, omdat jij je als volwassene wilt overgeven. Maar als je willoos bent, heb je geen vrije wil meer. Machteloosheid is veel minder erg, want als je je machteloos voelt, heb je nog een idee van wat je niet wilt… en dat je niet krijgt wat je wilt, hoe heftig dit ook kan zijn. Maar willoos zijn is je vrije wil geheel in handen leggen van een ander, omdat deze het opeist. [Lees meer…]
Onder het verlangen van de prinses schuilt een enorme eenzaamheid. Het is de eenzaamheid van het beschadigde kind die geen contact kan maken met de kern in zichzelf. Het is het zeer kleine kind dat niet voor zichzelf kon zorgen, de willoze baby die zich niet verbaal kon uiten noch kon protesteren op het moment van het wangedrag van de vader, de oom, de broer of de masculiene moeder wiens hart versteend was. Het prinsessengedrag is verbonden met een beschadiging in de mannenlijn waarbij het ego leidend is geworden en het hart gesloten.
Wil jij trouwen met jezelf? Het was een gedachte die bij me opkwam toen ik op 5 februari dit jaar op twitter een bericht las waardoor ik mezelf de vraag stelde: wil ik trouwen met mijzelf? Ik startte een concept artikel dat ik vandaag pas af maak.
Tussen droom en daad
Ethiek in de liefde. Hoe kan iets dat vanuit het hart komt en wat in wezen oordeelloos is en plezier en vreugde verschaffend is, nu ingedeeld worden in categorieën van goed of fout? Want dat is waar ethisch handelen voor staat: handelen vanuit een zuiver geweten, in overeenstemming met dat wat leeft in je hart en dat wat verbonden is met je kernwaarden.
Hij greep me tussen mijn benen. Ik was 19 en hij was een soldaat en een kop groter dan ik. Ik liep vanaf het station naar de verpleegstersflat waar ik woonde en weigerde een omweg te nemen, ook al voelde ik dat deze man zijn zinnen op me had gezet. Ik weigerde om me aan te passen of om sneller te gaan lopen. Ik wilde niet dat hij het van mijn angst zou winnen. En toen gebeurde het.
Hij greep me tussen mijn benen. ‘Blijf met je gore poten van me af,’ siste ik terwijl ik de grote huissleutel in mijn vuist hield, bereid hem ermee op zijn kop te timmeren. Hij trok zijn hand terug en keek me uitdagend aan. Ik keek woedend en doordringend terug en liep vervolgens ogenschijnlijk onverschillig verder. Mijn hart bonsde in mijn keel. Vliegensvlug overwoog ik alle opties. Wegrennen, schreeuwen of doorlopen? Nog een paar honderd meter en dan was ik bij het politiebureau. Daar was ik veilig. Bij de kruising sloeg hij af. Ik haalde opgelucht adem en overwoog om hem aan te geven. Maar toen ik zeker wist dat hij uit het zicht was, rende ik keihard en huilend naar de flat. Had ik het niet uitgelokt?