De poort naar wonderland
Gaat nu open
We zetten onze kappen af
We maken ons zichtbaar
We worden mens in plaats van
Zombies die
Gedwongen waren te overleven.
Licht mijn kind,
Geef licht
laat de stralen van je hart schijnen
En geef het aan jezelf
En aan je omgeving
Het verleden achterlatend
De toekomst in
Vandaag in het nu.
You are your light.

Als jij heel je leven de ander op de eerste plaats hebt gezet, kan het zijn dat je op een bepaald moment in je leven mag leren jezelf op de eerste plaats te zetten. Ieder mens wil een keer ervaren hoe het is het allerbelangrijkste te zijn. De schaduwzijde is dat je dus ook mag ervaren hoe het is om een keer het minst belangrijk te zijn. Hoe ga jij om met die kwetsbaarheid in jezelf? Kun jij op de kracht in jezelf terugvallen?
Een nieuwe periode brak aan: de periode van het vrouwelijke, van leven in overgave, van verbinden en vertrouwen op iets groters dan mijzelf. Mijn broer was de eerste overleden ziel met wie ik vanuit de andere wereld contact had via gedachtekracht en zo ontdekte ik het bestaan van een hele nieuwe wereld die er voor mij was. Het systemisch werken wat ik al eerder gebruikte als coach, kreeg een nieuwe dynamiek doordat ik gaven begon te ontwikkelen als helderziendheid, helderhorendheid en heldervoelendheid. Ik ontdekte dat er een heel team was die me steunde bij mijn helingswerk.
Vandaag was de crematie van mijn tante. Ze had net als ik geen kinderen en was vroeger veel in ons gezin, samen met haar man / mijn oom, en we logeerden ook vaak bij hen. Als schrijfster van de familie mocht ik haar levensloop opschrijven en voorlezen, mede aan de hand van mijn jeugdherinneringen. Het bracht me terug in de tijd en vandaag voel ik me weer een klein verdrietig meisje dat niet begrijpt hoe grote mensen met moeilijke dingen als de dood, omgaan.
Vandaag is de tweede crematie sinds het overlijden van mijn vader, nu anderhalf jaar geleden. En het is de derde keer dat ik de wond van de pijn in mijn hart weer voel van mijn polyamoreuze exgeliefde en zijn metamour, die hadden bedacht om op de avond van de crematie van mijn vader samen te willen zijn ipv mij te supporten. Mijn hart verscheurde toen hij het me zei, vlak voor dat we naar Limburg afreisden. Ik had letterlijk fysieke pijn in mijn hart en werd met een smak in de aardse realiteit gegooid en op mezelf teruggeworpen. Ademen, ademen, zei ik tegen mezelf met mijn handen op mijn hart en onderbuik, want de focus moest terug naar het afscheid van mijn vader. Ik moest immers een paar uur later voorlezen in de kerk en handen schudden van familieleden. Ik moest mezelf bij elkaar houden. Ademen, Leonie, ademen! Je kunt het zelf!
Nu ben ik binnen, bij de mensen, in een warm en gezellig restaurant. Ze zitten allemaal aan hun eigen tafel, met hun eigen verhaal en hun eigen relaties. En terwijl ik dit allemaal opschrijf, mijn ‘verhaal’ met jullie deel, voel ik een klein vlammetje branden in mijn hart. Een vlammetje dat zegt dat verdriet tijdelijk is. Dat morgen alles weer anders voelt. Dat ieder mens een eigen weg heeft te gaan en dat niemand volmaakt is. Een vlammetje dat zegt dat liefde uiteindelijk heelt, ook mijn verdriet, en dat witte wijn soms erg lekker is. En dat schrijven en delen helpt. Want gedeelde smart is immers halve smart. En het vlammetje kent ook de vreugde van het liefde delen, dat soms juist dubbele vreugde geeft. Het vlammetje zegt ook dat niemand perfect is, ook ik niet en dat ik het ook niet hoef te zijn. En dat er liefde in overvloed is, om te beginnen in mijn eigen hart. En dat er altijd hulp en steun in overvloed is, zichtbaar of onzichtbaar.
En tot slot, deel ik een stukje over eeuwige liefde. Want de ziel van mijn oom en mijn vader waren bij mijn tante, toen we haar lichaam-in-kist achterlieten ik het crematorium. Mijn vader zweefde rechts van de kist, mijn oom en tante links. Na het overlijden van mijn oom, nu 35 jaar geleden, was er nooit meer een andere man in haar leven gekomen. Nu waren hun zielen en energie in elkaar vervlochten. Ze liet hem nooit meer los, zei ze tegen hem terwijl ze in mijn richting keek, wetende dat ik getuigde. Al een dag na haar overlijden hadden ze haar geleerd dat ze met mij via gedachtekracht kon communiceren. Mijn oom had op haar gewacht, alsof gisteren vandaag is en er nooit tijd of jaren tussen hadden gezeten. Hij zweeg en hij was er. Er waren geen woorden voor nodig. Het was alsof hij me wilde zeggen: liefde is wat je doet, niet wat je zegt. Hij keek me niet eens aan. Hij was er helemaal voor haar.
Vrouwen, ken je kracht